Je kent het gevoel vast wel: je kijkt naar anderen en voelt je kleiner, minder capabel, alsof je niet meetelt. Je vergelijkt jezelf constant met collega’s, vrienden of zelfs vreemden op sociale media en komt altijd net te kort. Misschien kijk je terug op je leven en vind je vooral mislukkingen, terwijl je successen klein lijken. Je ervaart rusteloosheid, een knagend gevoel van inadequaatheid dat je laat twijfelen aan jezelf en je plek in de wereld. Zelfs als je iets goed doet, blijft het gevoel dat je het eigenlijk nét niet haalt, op de achtergrond aanwezig. Dit is geen uitzondering: wereldwijd ervaart ongeveer 15 % van de jongeren in bepaalde gemeenschappen gevoelens van minderwaardigheid in uiteenlopende gradaties.
Minderwaardigheidsgevoelens zijn niet zomaar “soms onzeker zijn”. Ze nemen een vaste, negatieve plek in je innerlijke beleving in. Je hebt het gevoel dat je niet goed genoeg bent, dat je niet voldoet, dat anderen meer waard zijn. Dat kan verlammen: je durft minder te proberen, sociale situaties worden vermeden, je prestaties dalen of je piekert er constant over. Onderzoek wijst uit dat zulke gevoelens gevoed worden door factoren als sociale uitsluiting, overmatige sociale vergelijking, opvoeding, laag zelfbeeld of fysieke beperkingen. Dat maakt het complex: het draait niet alleen om wat je doet, maar ook om hoe je jouw eigen waarde ervaart.









