Mindfulness is niets meer en niets minder dan: bewuste aanwezigheid. Aanwezig zijn bij wat er op dit moment gebeurt – in je lichaam, in je gedachten, in je omgeving – zonder dat je het meteen hoeft te veranderen of beoordelen. Het is een oefening in leven met open aandacht.
In essentie is mindfulness een manier van zijn. Het gaat niet om een methode die je aan- of uitzet, maar om een houding waarin je leert kijken naar jezelf, je gedachten, je gevoelens en je reacties. Vriendelijk, nieuwsgierig, en met mildheid. In plaats van meegezogen te worden in het verhaal in je hoofd (“dit mag niet”, “ik moet dit oplossen”, “waarom voel ik me zo?”), leer je aanwezig te blijven bij wat er is.
Stel je voor: je zit in de auto in een file. Je merkt hoe je kaak zich aanspant, je ademhaling hoog wordt en je gedachten op hol slaan (“ik kom te laat”, “dit is vreselijk”). Mindfulness betekent dat je dit alles opmerkt, zonder meteen te vechten of vluchten. Je ademt. Je voelt je lichaam. Je herkent de stressreactie en kiest ervoor om niet verder te escaleren. Dáár zit de kracht van mindfulness.
De wortels van mindfulness liggen in eeuwenoude contemplatieve tradities, zoals het boeddhisme, maar de essentie is universeel: aandacht. Door dagelijks te oefenen in bewust aanwezig zijn, ontstaat er ruimte tussen stimulus en reactie. Je wordt je meer bewust van automatische patronen. Bijvoorbeeld piekeren, zorgen maken of jezelf bekritiseren en kunt kiezen hoe je ermee omgaat.
Op neurologisch niveau gebeurt er iets bijzonders: hersenonderzoek toont aan dat mindfulness de prefrontale cortexversterkt (die betrokken is bij zelfregulatie en aandacht), en de reactiviteit van de amygdala vermindert (de plek in het brein waar angst en stress worden verwerkt). Daardoor word je niet alleen rustiger, maar ook helderder en veerkrachtiger in lastige situaties (Holzel et al., 2011).
Mindfulness nodigt je ook uit om weer contact te maken met je lichaam. Veel mensen leven vooral in hun hoofd. We denken over onze gevoelens, in plaats van ze echt te voelen. Mindfulness leert je om te zakken van je hoofd naar je lijf. Wat voel je in je borst? In je buik? In je handen? Wat gebeurt er als je daar vriendelijk aanwezig bij blijft?
Die lichaamsgerichtheid is essentieel: het lichaam liegt niet. Het geeft signalen lang voordat het mentaal ‘teveel’ wordt. Door regelmatige beoefening van mindfulness leer je deze signalen eerder herkennen, waardoor je beter voor jezelf kunt zorgen vóórdat je overspannen raakt of vastloopt.
Belangrijk om te weten: mindfulness is geen ontspanningstechniek. Ontspanning kan het gevolg zijn, maar het doel is bewustzijn. Soms merk je juist op dat er onrust is, dat je verzet voelt of verdriet. Ook dat is welkom. Het gaat om het toelaten van je ervaring, precies zoals die is met vriendelijkheid en acceptatie. Dat vraagt moed, maar levert vrijheid op. Want wat je volledig toelaat, kan zich transformeren.
Mindfulness als therapievorm is daarmee niet iets dat je ‘doet’, maar iets dat je leeft. Het verandert de manier waarop je omgaat met het leven zelf: met ongemak, met vreugde, met stress, met relaties. Niet door alles op te lossen, maar door aanwezig te zijn bij wat zich aandient. En vanuit die aanwezigheid ontstaat vaak vanzelf de juiste volgende stap.
In de kern draait mindfulness om thuiskomen bij jezelf. Niet in een ideale, perfecte staat, maar precies zoals je bent in het nu. Met alles wat je voelt, denkt en ervaart. En dat is een bevrijdende ontdekking.